Een draadloze verbinding over afstand valt of staat met de zichtlijn en de fresnelzone. Wie twee locaties draadloos wil koppelen, hoort niet alleen te kijken of de antennes elkaar kunnen zien, maar ook of de onzichtbare ruimte rondom de signaalbundel vrij is van obstakels. In dit artikel leggen we line of sight en de fresnelzone uit, zodat u een draadloze verbinding stabiel houdt.
Zichtlijn: de antennes moeten elkaar zien
Zichtlijn, of line of sight, betekent dat er niets tussen de twee antennes staat: geen gebouwen, geen bomen, geen heuvel. Voor de hoge frequenties die draadloze bruggen gebruiken, is een vrije zichtlijn de basisvoorwaarde. Anders dan bij licht buigt dit signaal nauwelijks om obstakels heen.
Ga bij het plannen letterlijk op de plek van de ene antenne staan en kijk of u de andere locatie kunt zien. Kunt u er niet overheen kijken door een dak, boomrij of dijk, dan hebt u geen bruikbare zichtlijn en zal de verbinding onbetrouwbaar zijn.
De fresnelzone: meer dan een rechte lijn
Een vrije zichtlijn alleen is niet genoeg. Rondom de denkbeeldige rechte lijn tussen de antennes ligt een ovaalvormige zone waarin het grootste deel van de signaalenergie reist: de fresnelzone. Ook al zien de antennes elkaar, als een obstakel in deze zone steekt, verzwakt het signaal merkbaar.
De fresnelzone is in het midden het breedst en loopt naar beide antennes toe smaller uit. Hoe groter de afstand tussen de locaties, hoe breder de zone in het midden wordt. Vuistregel: houd minstens zestig procent van de fresnelzone vrij van obstakels voor een betrouwbare verbinding.
- Een boomtop die net in de zone steekt, kan de snelheid al drukken.
- Groeiende bomen zijn een veelvoorkomende oorzaak van een verbinding die na een seizoen slechter wordt.
- Ook het maaiveld telt: bij lange afstanden mag de grond niet in de zone komen.
Tip van de specialist
Reken de fresnelzone vooraf uit met een online calculator op basis van de afstand en de frequentie. Zo weet u precies hoe hoog uw antennes moeten hangen om zestig procent van de zone vrij te houden, ook als de bomen over een paar jaar hoger zijn.
Hoogte van de antenne is bepalend
De meeste problemen met zichtlijn en fresnelzone lost u op met hoogte. Door de antenne op een mast, gevel of dak hoger te plaatsen, tilt u de signaalbundel over de obstakels heen. Een paar meter extra hoogte maakt vaak het verschil tussen een instabiele en een rotsvaste verbinding.
- Plaats de antenne zo hoog mogelijk boven nabije obstakels.
- Houd rekening met toekomstige groei van bomen en nieuwbouw.
- Zorg voor een stevige, windvaste montage zodat de richting niet verloopt.
Zo houdt u de verbinding stabiel
Naast hoogte en een vrije zone helpt een nauwkeurige uitlijning. Richt de antennes precies op elkaar en controleer de signaalsterkte in de software. Een verbinding die net binnen de marges valt, is gevoelig voor regen en wind. Bouw daarom altijd wat reserve in.
Controleer een draadloze brug periodiek. Een verschoven antenne, een gegroeide boom of een nieuw gebouw kan een verbinding die jaren goed werkte langzaam ondermijnen.
Kort samengevat
- Een vrije zichtlijn is de basisvoorwaarde: de antennes moeten elkaar letterlijk kunnen zien.
- Houd minstens zestig procent van de fresnelzone rondom de bundel vrij van obstakels.
- Extra hoogte van de antenne lost de meeste problemen op en houdt de verbinding stabiel.
Wilt u zeker weten of uw locaties een haalbare draadloze verbinding hebben? Onze specialisten helpen u met de berekening en de juiste antennes voor uw afstand.
